Vertalen en/of bewerken: een recensie in tweeluik

From Kelten
k87-2021-blasse-recensie-goddoddin-mabinogi-poëzie /
Revision as of 11:11, 22 August 2022 by Formator (talk | contribs) (User: Lars Nooij)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
87
Gepubliceerd: 5 juli 2021
Vertalen en/of bewerken: een recensie in tweeluik
Lian Blasse
Title (EN): Translation or adaptation: a two-fold review
Abstract (EN):

Two recent adaptations of well-known medieval Welsh tales, The Gododdin by Gillian Clarke and The Mabinogi by Matthew Francis, raise the question of whether a non-academic author should aim to translate a medieval tale as faithfully as possible, or let artistic license prevail. Francis opts for the latter, offering a rather free adaptation of the original and making changes to the way the story is told, but succeeds admirably in drawing the reader into the story. Clarke's version of Y Gododdin reads more like a translation and has even attempted to render typically Welsh metrical elements into English, but remains altogether more distant. The reader of these two modern books of poetry will therefore be able to experience the upsides and downsides of either choice.

Clarke, Gillian, The Gododdin (Londen 2021). Faber & Faber. xvii + 177 pp., ISBN 9780571352111, gebonden, £14,99.
Francis, Matthew, The Mabinogi (Londen 2018). Faber & Faber. xiii + 89 pp., ISBN 9780571333776, paperback, £10,99.

Dat de Oud- en Middelwelshe literatuur nog steeds tot de verbeelding spreekt, blijkt uit twee recente, mooie publicaties van uitgever Faber & Faber. Het zesde-eeuwse gedicht Y Gododdin verscheen in een Engelstalige versie, geschreven door Welshe dichter Gillian Clarke, en de twaalfde-eeuwse Mabinogi verscheen in Engelstalige poëzievorm van de hand van Matthew Francis. Beide dichters hebben getracht deze Welshe teksten op kunstzinnige wijze opnieuw beschikbaar te maken voor een modern publiek, elk op hun eigen wijze. Het resultaat is: twee mooie boeken waarmee ik weifelend voor mijn boekenkast stond. Zet ik ze bij mijn poëziecollectie? Of bij mijn boeken over Welsh? Maar, voor deze recensie natuurlijk veel belangrijker: voeren ze hun respectievelijke doelen goed uit, en zou ik ze aan jou, een lezer van Kelten (en daarmee hoogstwaarschijnlijk iemand die al bekend is met de Welshe verhalen) aanraden?

The Mabinogi – Matthew Francis

Op het eerste gezicht ligt het niet voor de hand om de vier takken van de Mabinogi in Engelstalige poëzie te hervertellen. Maar in zijn introductie legt Francis uit waarom hier toch voor is gekozen. De verhalen van de Mabinogi zijn voor een modern publiek op het eerste gehoor moeilijk te begrijpen. Er is magie, een andere sociale code en de narratief maakt soms gekke sprongen. Dit alles maakt dat er een flinke suspension of disbelief nodig is om de verhalen te waarderen. Ik herken dit wel – lange tijd heb ik ze ook niet zo interessant gevonden, ik vond ze gewoon te maf. Terwijl het op zich natuurlijk prachtige verhalen zijn. En precies daarom leent poëzie zich er uitstekend voor, aldus Francis: “... I began to see how the very aspects that made a prose treatment difficult could prove a strength for poetry, which has never had much of a problem with magic. Poets spend their life transforming things into other things.” Tot mijn lichte verbazing, moet ik toegeven, heeft hij gelijk. In poëzie, en zeker Francis’ stijl ervan, zijn er veel minder details nodig voor de lezer om zich een voorstelling van het verhaal te kunnen maken. Francis schenkt aandacht aan elementen die me in het origineel nooit zo waren opgevallen, of waar ik niet dieper over na had gedacht. En dat zorgt ervoor dat ik het verhaal en de personages zoveel intenser ervaar. Zie bijvoorbeeld de introductie van Bendigeiduran in de tweede tak van de Mabinogi (ons bekend als Branwen uerch Lyr, door Francis ‘The Tale of the Queen and the Cauldron’ genoemd). In het Welshe origineel komen we het volgende te weten: Bendigeiduran is een reus, past daardoor in geen enkel huis en zit op een rots. Francis zegt het als volgt:

He is the capital at the start of the sentence,
a tree, a crow’s nest, a furlong of a man.
You cannot think of him all at once.
Picture his scrubland of beard,
his battlement teeth.
 
Or think of the vertigo of standing there
gazing from the parapet of self
he can never climb down from,
the wind in his ears
 
that his friends must shout to compete with,
a life lived in the weather -
no house will hold him.
 
He is closer to the birds
than his family.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik deze passage minstens vijf keer heb gelezen.

Om te voorkomen dat de lezer de draad van het verhaal kwijtraakt, staan er noten aan de zijkant van de tekst (een soort glossen) die kort aangeven over wie een bepaalde passage gaat, of wat er precies gebeurt. Dit is vooral bedoeld voor degenen die niet bekend zijn met de verhalen, en het heeft Francis meer artistieke vrijheid gegeven, zonder dat de lezer daardoor de draad kwijtraakt.

Hij neemt ook de vrijheid om hier en daar grote veranderingen aan te brengen in de verhalen, dat wel. Zo mist in de eerste tak (Pwyll Pendeuic Dyued) de passage waarin Pwyll en Rhiannon via een list afrekenen met Gwawl uab Clud, en de vierde tak (Math uab Mathonwy) is qua structuur helemaal omgegooid. Het hoofdpersonage Gwydion vertelt het verhaal en de volgorde van bepaalde gebeurtenissen is veranderd. Het effect is interessant: aan de ene kant voel ik verontwaardiging dat er iets veranderd wordt (en de vierde tak is nog wel mijn persoonlijke favoriet!), maar anderzijds is het ontzettend goed gedaan. De suggestie wordt gewekt dat Gwydion ook de eerste drie verhalen heeft verteld, wat voor een kathartisch einde zorgt. Al met al vergeef ik Francis dus toch deze artistieke vrijheden, want het resultaat is één van mijn meest favoriete poëziebundels die ik ooit gelezen heb.

The Gododdin – Gillian Clarke

Gillian Clarke is een gerenommeerde Welshe dichter, van 2008 tot 2016 zelfs ‘national poet of Wales’. Welsh is, zoals ze in haar introductie toegeeft, niet haar moedertaal, maar haar ouders spreken het wel en ze leest en spreekt het elke dag. Voor iemand die geen academica is, neemt ze haar taak wel uiterst serieus. Ze vertelt hoe Y Gododdin haar hele leven deel van haar cultuur is geweest: “I longed to learn this 1400-year-old secret, its sound and its story, and, finally, to make my version of the poem in English.” Uit alles blijkt haar respect voor het origineel, niet alleen in de introductie, maar ook door haar keuze om de Welshe tekst ook in het boek te publiceren. Op de linkerpagina, de Welshe tekst, op de rechterpagina, haar vertaling. Daarbij realiseert ze zich maar al te goed dat ze voor twee ambitieuze doelen tegelijk kiest. Aan de ene kant wil ze het origineel eren, door ook bijvoorbeeld het Welshe metrische concept cynghanedd hier en daar in het Engels te simuleren, maar aan de andere kant wil ze een poëtische, moderne versie maken. Dan loop je als vertaler vervolgens tegen onoverbrugbare taalverschillen op. Wat het Welsh doet aan complexe assonantie, binnenrijm en metrum (gwyr a aeth Catraeth, oedd fraeth eu llu / Glasfedd eu hancwyn a gwenwyn fu) valt in het Engels gewoonweg niet te evenaren (Men rode to Catraeth, debonair, / their snare, the honey-trap, gold mead). Clarke zegt dus aan het eind van haar introductie: “No translation is perfect. I could not sing Aneirin’s song or replicate the original, but I could aim to follow and honour it.

Met dit doel in gedachten begin ik aan het gedicht. Ik lees stukken van het Welsh en zeg het zachtjes op. De pracht van Welshe poëzie blijft me telkens weer verbazen. Ik probeer hetzelfde met het Engels. Ik probeer het niet teveel te vergelijken, want, no translation is perfect. Punt is alleen wel dat, door de Welshe en de Engelse versie naast elkaar te zetten, dat per definitie is wat je gaat doen als lezer. En dat is eigenlijk heel jammer. Begrijp me niet verkeerd, Clarke’s poëzie is regelmatig mooi geschreven:

Until he fell he took men’s lives,
he made widows of their wives,
behind the barricade he died,
son of Hoywgi, Graid.

Echter, het leest het grooste deel van de tijd als een ‘academische’ vertaling die puur de betekenis van de Welshe woorden wil overbrengen. En, tsja, dan blijkt het verhaal van Y Gododdin niet buitengewoon spannend te zijn. Honderden mannen (verwarring over hoeveel precies) doen zich een jaar lang tegoed aan mede, om vervolgens allemaal (minus één, of minus drie, of toch eigenlijk allemaal) om te komen bij Catraeth. Indrukwekkend is hoe lang de namen van de krijgers en Aneirin’s elegie de tand des tijds hebben doorstaan en wat dit ons leert over hoe dit soort gedichten/gezangen oraal werden overgedragen, maar 170 pagina’s aan klaagzangen over deze krijgers waarin vrij weinig gebeurt, is best wel taai. En dan baal ik toch een beetje dat Clarke zo trouw is gebleven aan het origineel – mijn voorkeur was geweest dat de Welshe tekst achterin was gezet en er meer vrijheid genomen werd om het verhaal op een nieuwe manier te vertellen. Maar wellicht ben ik dan te streng en was de opgave om de betekenis van de Oudwelshe woorden los te maken en in Engelstalige poëzie te gieten ook gewoonweg te groot. Niet vanwege Clarke, maar vanwege Aneirin, waarbij de woorden kunst zijn en de betekenis secundair is.

Conclusie

Francis toont in The Mabinogi de originele verhalen in een soort kaleidoscoop en laat de lezer erin wegdromen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik de verhalen beter leerde kennen en meer ging waarderen door ze als moderne poëzie gepresenteerd te krijgen. In mijn exemplaar staat bijna op elke pagina een omcirkelde passage, of onderstreepte zin, die ik zo mooi vond dat slechts het lezen ervan niet als voldoende voelde. Sommige stukken heb ik hardop aan mezelf voorgelezen en even verdween ik in middeleeuws Wales, alsof het de Andere Wereld is, waar ook ik de vorm aanneem van Arawn en de andere personages. Francis heeft veel artistieke vrijheden genomen, maar heeft daarmee ook een prachtige bewerking gecreeërd.

In The Gododdin leer je de oorspronkelijke strekking en betekenis van het verhaal goed kennen. Maar in tegenstelling tot Francis, neemt Clarke je minder mee in het gevoel ervan, wellicht door te weinig van het origineel af te wijken. Clarke vertaalt, waar Francis bewerkt. Het toont aan hoe prachtig de Oudwelshe tekst is, maar misschien iets te veel door de onvertaalbaarheid ervan te demonstreren. Misschien is Y Gododdin toch een pareltje dat alleen via Aneirin’s eigen woorden ontdekt kan worden.

Al met al hangt het ook af van wat je verwachting en voorkeur als lezer is. Wil je een vertaling, en dat de auteur zich aan de Welshe tekst houdt? Of wil je een nieuwe versie voorgeschoteld krijgen, waarin artistieke vrijheden zijn genomen? Persoonlijk heb ik voorkeur voor dat laatste – anders ga ik wel een academische vertaling lezen – maar uiteraard blijft dat smaak.

Ik zet The Gododdin bij mijn boeken over Wales en Welsh. The Mabinogi eindigt tussen mijn poëziebundels.



Vorige bijdrage
Medieval Welsh medical texts
Brigid Ehrmantraut
3 mei 2021
Volgende bijdrage
Nieuws en mededelingen Kelten 87
Anouk Nuijten
5 juli 2021