The structure of medieval hagiographies usually follows a set pattern, with separate patterns for male and female saints. The female pattern can be recognized in the Middle Welsh bucheddau ‘lives’ of Saint Ursula and Martha. The pattern involves a devout lifestyle of the saint, refusal to get married in order to preserve her virginity, and the consequent martyrdom. This article compares these two saints’ lives, and shows how this pattern can be applied to these texts. Comparison shows that the text about Saint Ursula follows the pattern clearly, but that Martha’s life does not seem to do so. Instead, Martha’s traits as a female saint, virginity and hospitality form the core of this text.
Voor de cursus Middle Welsh 3, onderdeel van de BA Keltische talen en cultuur aan de Universiteit Utrecht, deed ik enkele jaren geleden een vergelijkend onderzoek naar de Middelwelshe bucheddau van twee (op het eerst gezicht willekeurige) vrouwelijke heiligen, St. Ursula en de bijbelse Martha. Deze twee heiligenlevens volgen (deels) een veelvoorkomend patroon van de biografie van vrouwelijke heiligen. In dit artikel zal ik dit patroon toelichten en toepassen op de twee middeleeuwse teksten om vervolgens de structuur van de teksten met elkaar te vergelijken.
Voordat vastgesteld kan worden in hoeverre het patroon van de biografie van vrouwelijke heiligen toegepast kan worden op de bucheddau van Martha en St. Ursula, moet eerst de term bucheddau worden gedefinieerd. Het Middelwelshe woord buchedd betekent ‘leven’, en bucheddau is de meervoudsvorm. De term wordt gebruikt voor Welshe hagiografieën, ook wel bekend als heiligenlevens. Het woord ‘hagiografie' komt uit het Grieks en betekent ‘heilig geschrift’, en deze teksten vertellen de levensloop van een heilige. In de meeste gevallen zijn heiligenlevens gedetailleerd omdat ze niet alleen een levensbeschrijving tonen, maar ook de tradities en wonderen omtrent de heilige. Deze teksten waren niet alleen belangrijk voor de literaire activiteit in middeleeuws Wales, maar zijn ook nog van groot belang voor onderzoekers vandaag de dag. Deze heiligenlevens geven ons namelijk een kans om een beter beeld te krijgen van spiritualiteit in de middeleeuwen.
Patronen in heiligenlevens
Middeleeuwse hagiografieën zijn relatief eenvoudig te herkennen omdat de structuur van deze teksten een patroon lijkt te volgen. Tijdens de Klassieke Oudheid (c.a. begin 8e eeuw voor Christus tot 5e eeuw na Christus) verloren christelijke martelaren hun leven voor hun geloof omdat dit niet werd geaccepteerd, maar na deze periode begon een nieuwe fase. Het christendom vervulde een centrale rol in de middeleeuwse samenleving, waardoor het opofferen van het leven voor het christelijke geloof minder noodzakelijk werd. In plaats daarvan ontstond er een fenomeen waarbij heiligen andere vormen van persoonlijke offers brachten om martelaarschap te bereiken. Deze offers betroffen voornamelijk aspecten zoals seksualiteit en familiebanden. Dit thema is prominent aanwezig in middeleeuwse heiligenlevens, met name die over vrouwelijke heiligen.
Het lijkt erop dat middeleeuwse heiligenlevens een gemeenschappelijke reeks thema's en patronen hebben waardoor het mogelijk is om onderscheid te maken tussen de heiligenlevens van mannelijke en vrouwelijke heiligen. Mannelijke heiligen volgen vaak het patroon van de heroïsche biografie, die begint met de geboorte van de held en zijn ongebruikelijke opvoeding waarin hij wonderen verricht, wat doet denken aan de verhalen over seculiere helden. Het leven van vrouwelijke heiligen daarentegen begint vaak wanneer zij voor het eerst geconfronteerd worden met mannelijke seksualiteit, maar besluiten zichzelf aan Jezus Christus te wijden door te weigeren hun maagdelijkheid in het huwelijk te verliezen. Hun leven draait om de strijd om hun maagdelijkheid te behouden, waarbij de heiligen vaak van adellijke afkomst zijn. De nadruk op het behoud van maagdelijkheid kan mogelijk verklaard worden door de gedachte dat seksuele activiteit de grootste afleiding vormde van de toewijding van een vrouw aan het christelijk geloof. Daarom zou er in hun opvoeding de nadruk zijn gelegd op het vermijden van lust en het handhaven van seksuele reinheid.
De gemartelde vrouw
Het patroon dat in de meeste heiligenlevens van vrouwen wordt aangetroffen, is dat van de gemartelde vrouw. De hagiografie begint meestal wanneer de heilige een huwelijk wordt aangeboden door een heidense minnaar. De heilige weigert te trouwen en haar maagdelijkheid te verliezen, waarop ze moet vluchten of op reis moet gaan, om niet ten prooi te vallen aan de familie die ze afwijst. Als ze niet vlucht, volgt er vaak een reeks martelingen. In sommige gevallen richt de vrouwelijke heilige een gemeenschap van religieuze vrouwen op nadat ze zich elders heeft gevestigd. Uiteindelijk zal de heilige toch gemarteld worden tegen het einde van haar biografie, maar ze zal nooit toegeven. De martelingen leiden naar haar executie, meestal door onthoofding. Dit tragische einde lijkt het uiteindelijke doel van de vrouwelijke heilige te zijn, omdat ze alleen in de dood haar spirituele zuiverheid en eeuwige maagdelijkheid kan waarborgen. Op aarde blijft ze immers altijd een object van mannelijk verlangen. Het patroon van de gemartelde vrouw eindigt dus toch nog in de dood. Dit is opvallend, aangezien de mannelijke heiligen minder vaak op deze manier aan hun einde komen.
St. Ursula’s buchedd
De oorsprong van het verhaal van St. Ursula en de 11.000 maagden is te vinden op een inscriptie in de kerk van de 11.000 maagden in Keulen, die is gebouwd op een plek waar een groep heilige maagden zou zijn gemarteld. Het getal 11.000 zou volgens sommigen zijn ontstaan uit een misinterpretatie van een afkorting die zou verwijzen naar de 11 maagden van de heilige. St. Ursula is een ongewoon voorbeeld van een (vanuit een Welsh perspectief) ‘buitenlandse’ heilige die een regionaal tintje kreeg toen haar Latijnse hagiografie in ca. 1514 door de dichter Huw Pennant (fl.1565-1619) naar het Middelwelsh werd vertaald. Haar buchedd is bewaard gebleven in één manuscript, MS Peniarth 182, Aberystwyth, National Library of Wales. In deze tekst, Hystoria Gweryddon yr Almaen ('Geschiedenis van de Maagden van Duitsland'), zijn er verschillende aspecten van de gestructureerde biografie van vrouwelijke heiligen die opduiken:
1: Ursula is van adellijke afkomst, aangezien haar vader de koning is van het Ynys y Kedeirn (het ‘Eiland der Sterken’)
2: Ursula’s hagiografie begint wanneer ze haar oedran gwra bereikt, een huwbare leeftijd (letterlijk, ‘de leeftijd om een echtgenoot te zoeken’). Volgens de teksten een logische leeftijd om in aanraking te komen met seksualiteit.
3: Er is een eerste ontmoeting met mannelijke seksualiteit, wanneer een heidense minnaar om Ursula’s hand vraagt. Dit aanbod moet ze weigeren om haar maagdelijkheid te behouden.
4: Ursula probeert het gearrangeerde huwelijk te vermijden door met haar 11.000 maagden op pelgrimstocht te gaan, wat lijkt op vluchten voor het huwelijk.
5: Ursula vormt een religieuze gemeenschap van de groep van 11.000 maagden.
6: Ursula weigert opnieuw de hand van een heidense minnaar nadat deze prins haar maagden op brute wijze heeft vermoord. Ze moet een reeks martelingen ondergaan die naar haar executie leiden.
7: Uiteindelijk, na de dood van Ursula, is haar leven voltooid: ze verkrijgt eeuwige maagdelijkheid in de hemel.
Het blijkt dat er een groot aantal aspecten van het vaste patroon van vrouwelijke heiligenlevens aanwezig zijn in de hagiografie van St. Ursula, en daarmee lijkt ze dus op de typische vrouwelijke martelaar.
Saint Ursula en haar maagden. Bron: File:Saint Ursula and Her Maidens MET DT221521.jpg - Wikimedia Commons
Martha’s buchedd
Martha, llettywreic y Iessu Grist ‘de gastvrouw van Jezus Christus’, is net als St. Ursula een ‘buitenlandse’ vrouwelijke heilige die een Welsh tintje kreeg toen haar hagiografie, vermoedelijk in de tweede helft van de dertiende eeuw, van het Latijn naar het Middelwelsh werd vertaald. Ze verschilt van de meeste andere geadapteerde heiligen omdat ze een nieuwtestamentisch figuur is, en niet de typische maagdelijke martelaar. Haar personage komt voor in het Nieuwe Testament, en op basis daarvan is er een biografie over haar geschreven. De Martha van haar Middelwelshe hagiografie vertoont echter weinig gelijkenis met de Martha die in de evangeliën wordt geportretteerd.
Martha’s buchedd verscheen in negen verschillende manuscripten, in tegenstelling tot de hagiografie van St. Ursula. Geen van de teksten is compleet, en de teksten worden in alle gevallen voorafgegaan door de hagiografie van Martha’s zus, de meer besproken Maria Magdalena. Er zijn aanzienlijk minder aspecten in de hagiografie van Martha (ik heb de versie gebruikt in Aberystwyth, National Library of Wales, Peniarth MS 27ii) die van toepassing zijn op het patroon van de biografie van vrouwelijke heiligen, dan in de hagiografie van St. Ursula. De volgende aspecten komen naar voren in de tekst:
1: Het belang van maagdelijkheid wordt goed weergegeven, omdat het nodig leek te benadrukken dat Martha maagd is en nooit de gelegenheid heeft gehad om gemeenschap te hebben met een man.
2: Het enige andere aspect van het hagiografische patroon van vrouwelijke heiligen dat in Martha’s buchedd lijkt voor te komen en hoe zij overeenkomt met St. Ursula, is de reis die ze maakt om zich bij de vijand (ongelovige Joden) vandaan te bewegen. De intenties van de reizen van St. Ursula en Martha zijn verschillend, want Ursula moet bovendien vluchten omdat haar maagdelijkheid gevaar loopt. Desalniettemin maken beiden een aanzienlijke tocht.
Sint Martha in een Vlaamse illuminatie uit de Isabella Breviary, 1497. Bron: File:Saint martha.jpg - Wikimedia Commons
Gastvrijheid
Hoewel niet noodzakelijkerwijs een onderdeel van het patroon van de biografie van vrouwelijke heiligen, vertegenwoordigen de huishoudelijke eigenschappen van Martha wel een kenmerk van vrouwelijke heiligheid. Martha staat bekend als de gastvrouw van Jezus, een hardwerkende vrouw die Hem in haar huis verwelkomde en zich inspande voor Zijn verzorging, terwijl haar zus Maria tijd met Jezus doorbracht. Ondanks dat ze in haar buchedd niet als gastvrouw optreedt, werd ze geassocieerd met gastvrijheid, een waarde die van groot belang was voor middeleeuwse Welshe huishoudens. Martha zou daarom als rolmodel kunnen hebben gediend voor deze huishoudens, wat wellicht een reden is voor de Welshe vertalingen van haar tekst.
In Itinerarium Cambriae 'reisverslag door Wales' en Descriptio Cambriae 'beschrijving van Wales' beschreef Gerald van Wales (1146-1223) aan het eind van de twaalfde eeuw hoe gastvrijheid in Wales eruitzag. Hij schreef dat de mensen zeer vrijgevig en gastvrij waren en hoe de deuren altijd open stonden voor bezoekers, zodat hun voeten gewassen konden worden. Deze beschrijving doet denken aan Martha’s gastvrijheid in de Bijbel, en de handeling van het wassen van de voeten lijkt ook een verwijzing naar het Nieuwe Testament te zijn.
Het belang van gastvrijheid wordt in het bijzonder benadrukt aan het einde van Martha’s buchedd, wanneer Jezus haar beloont voor haar gastvrijheid en haar uitnodigt in de hemel, omdat zij Hem eerder zo goed bij haar heeft ondergebracht. Vervolgens laat Jezus haar weten dat Hij zal luisteren naar iedereen die Hem in Martha’s naam aanroept. Het laatstgenoemde wijst erop dat het belangrijk was voor een heilige om gastvrij te zijn om op die manier verzekerd te zijn van een plaats in de hemel.
Het lijkt erop dat Martha’s buchedd minder aspecten van het vaste patroon van een tekst over een vrouwelijke heilige bevat, maar het benadrukt bovenal kenmerken die horen bij de eigenschappen van een vrouwelijke heilige en wat zij moet representeren: maagdelijkheid en gastvrijheid.
Conclusie
De bucheddau van zowel St. Ursula als Martha bevatten elementen van het patroon van de heiligenlevens van vrouwen. Hoewel de buchedd van St. Ursula aanzienlijk meer aspecten van dit patroon bevat, benadrukken beide hagiografieën het belang van maagdelijkheid en wordt er een bepaalde reis genoemd. Uit het leven van Martha blijkt dat heiligen als voorbeeld zouden hebben gediend voor de middeleeuwse Welshe samenleving, wat zichtbaar is in haar rol als gastvrouw. Hiermee wordt benadrukt dat Martha wél de eigenschappen van een vrouwelijk heilige bezit.
Het is belangrijk om in gedachten te houden dat de middeleeuwse Welshe hagiografieën van Martha onvolledig zijn en dat er een verschil is in de oorsprong van de twee heiligen, waarbij Martha een nieuwtestamentisch personage is en geen martelaar. Dit impliceert dat er mogelijk meer aspecten van de biografie van vrouwelijke heiligen in haar buchedd onontdekt blijven, en dat haar afkomst belangrijk is om in overweging te nemen bij deze vergelijking.
Ondanks de verschillen in hun oorsprong belichten beide hagiografieën de centrale rol van maagdelijkheid en spirituele toewijding, en bieden ze waardevolle inzichten in de idealen van vrouwelijke heiligheid binnen de middleeuws Welshe samenleving.
Bibliografie
Beverley Smith, Llinos, ‘On the hospitality of the Welsh: a comparative view’, Power and identity in the Middle Ages : essays in memory of Rees Davies, ed. Huw Pryce, John Watts, John Lovett Watts (Oxford 2007) 182-194.
Cartwright, Jane, Hystoria gweryddon yr Almaen: the Middle Welsh life of St Ursula and the 11,000 virgins (Cambridge 2020).
----- (vert.), Mary Magdalene and her sister Martha: an edition and translation of the medieval Welsh lives (Washington, D.C. 2013).
-----, Feminine sanctity and spirituality in medieval Wales, Religion and Culture in the Middle Ages (Cardiff 2008).
Gerald of Wales, The Journey Through Wales and the Description of Wales, vertaald door Lewis Thorpe (Londen 1978).