Opleiding Keltische talen en cultuur: niet ondood maar eeuwig jong

From Kelten
k79-2019-schrijver-staat-opleiding-keltische-talen-en-cultuur-peter-schrijver
79

Gepubliceerd: 20 mei 2019
Opleiding Keltische talen en cultuur: niet ondood maar eeuwig jong
Peter Schrijver


Staat van de opleidingPeter SchrijverKeltische talen en cultuur
Title (EN): Department of Celtic languages and culture (Utrecht University): never moribund, ever young.
Abstract (EN):

The launch of the online edition of Kelten offers new opportunities for the wider promotion of Celtic Studies in the Netherlands. In light of this, we are delighted to announce that the Chair of Celtic Studies at Utrecht University, prof. dr. Peter Schrijver, has agreed to write a yearly report on the present state of the department, its staff and its students – without whose contributions over the years this journal would have been much diminished. For further information (in English!) about the department’s bilingual Bachelor and English-language Research Master programmes, see: https://www.uu.nl/bachelors/en/celtic-languages-and-culture (BA) and https://www.uu.nl/masters/en/ancient-medieval-and-renaissance-studies (RMA).

Foto door Ed van Rijswijk

Temidden van al het bezuinigingsgeweld aan Nederlandse universiteiten van de laatste jaren, jobstijdingen over teruglopende studentenaantallen bij de talen en dreigende opheffing van opleidingen, zou je bijna de opleiding Keltische talen en cultuur aan de Universiteit Utrecht vergeten. Niet alleen bestaan we nog, we zijn springlevend. Tijd voor een korte update.

Toen ik in 2005 in Utrecht aantrad als hoogleraar Keltisch, trof ik een florerende bacheloropleiding en een splinternieuwe masteropleiding aan. Als ik me goed herinner, hadden we in de eerste jaren tussen de vijftien en twintig eerstejaars in de bachelor en zeker een stuk of vijf studenten in de master. Gouden tijden. Als er iets is veranderd in de tussenliggende jaren betreft het wel de studentenaantallen. De afgelopen jaren zijn er tegen de tien eerstejaars in de bachelor en één of twee studenten in de master. Die daling houdt helaas gelijke tred met de landelijke trend van dalende belangstelling van studenten voor (kleine) talenopleidingen. Maar de studenten zelf lijken nog heel erg op die van 2005: het zijn dezelfde enthousiastelingen, die een bewuste keuze maken voor een bijzondere opleiding. En ze vinden het Oudiers nog net zo moeilijk als toen, en het Welsh nog net zo makkelijk (tenminste, in vergelijking met het Iers dan). Wat ook nog steeds geldt, is dat de studenten een hechte gemeenschap vormen. De studievereniging Asterix doet heel goed werk, zowel online als bij activiteiten voor de studenten, ook al is de vereniging kleiner geworden. En het goede nieuws is dat Asterix tegenwoordig zelfs bestuursbeurzen krijgt (dat was vroeger niet), dus soms worden dingen gewoon beter.

Het onderwijsprogramma is in de kern hetzelfde gebleven: studenten leren altijd Oudiers en Middelwelsh, ze krijgen een brede inleiding in cultuur, literatuur en geschiedenis en ze maken ook kennis met de moderne talen. Na het eerste jaar specialiseren ze zich in ofwel taalkunde ofwel letterkunde. Maar daaromheen zijn wel dingen veranderd. Knellende financiering heeft ervoor gezorgd dat we iets minder keuzecursussen konden aanbieden. Een cursus Bretons? Bestaat niet meer. Continentaal Keltisch? Ook gesneuveld, maar het staat volgend jaar weer op. Daartegenover staat dat we nu wel cursussen hebben op het gebied van de middeleeuwse paleografie, moderne minderheidstalen en het Nachleben van de middeleeuws-Keltische literatuur. Waarop ik bijzonder trots ben, is dat de studenten de opleiding zo waarderen. Elk jaar krijgt Keltische talen en cultuur in de Keuzegids Hoger Onderwijs het predicaat Topopleiding mee. Dat kunnen er niet veel zeggen. 

Een 'eigen' masterprogramma Keltisch hebben we al jaren niet meer. In plaats daarvan is een Keltisch tracé gekomen in de tweejarige master Ancient, Medieval and Renaissance Studies. We hebben gemerkt dat studenten die de bachelor hebben afgerond, tegenwoordig graag verbreding willen in hun master, ook om hun kansen op de arbeidsmarkt te versterken. Dat verklaart mede waarom ons mastertracé zo weinig studenten trekt. Daarom zijn de Keltologen met de collega's van Middeleeuws Latijn en Middeleeuws Engels om de tafel gaan zitten en hebben ze een gemeenschappelijk masterprogramma ontwikkeld, dat de puur-Keltische master vervangt en dat focust op middeleeuws Ierland en Groot-Brittannië in brede zin. Volgend jaar gaat dat programma van start.

Ten slotte iets over het docententeam. In 2005 waren we met drie Nederlanders. Intussen is Bart Jaski overgestapt naar Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek en is Ranke de Vries hoogleraar Keltisch in Canada geworden. Het huidige team is buitengewoon internationaal: Mícheál Ó Flaithearta, die hier alweer bijna zo lang werkt als ikzelf, is een Ier, die in Duitsland, Wales en Zweden heeft gewerkt. Hij doceert alles wat er te doceren valt. Aaron Griffith, gespecialiseerd in taalkunde, is VS-Amerikaan met een lange onderwijs- en onderzoekservaring in Wenen. Natalia Petrovskaia, Russisch maar in Japan opgegroeid en in Cambridge afgestudeerd en gepromoveerd, is onze letterkunde-specialist. Sinds ik vice-decaan ben van de faculteit Geesteswetenschappen, geef ik helaas minder college dan ik zou willen. Anderzijds ben ik daardoor wel in een ideale positie om als iemand het snode plan zou opvatten om de opleiding iets aan te doen, dat plan door vroegtijdig ingrijpen onschadelijk te maken (in metaforische zin natuurlijk, want Kelten zijn niet agressief; gelukkig heeft de opleiding door de jaren heen overigens juist veel steun gekregen van faculteit en college van bestuur). Mijn 'afwezigheid' heeft wel weer kansen gegeven aan een jongere garde van (tijdelijk) docenten: Karianne Lemmen en Nike Stam.

Zo stevenen we af op het kroonjaar 2023, wanneer we uitbundig gaan vieren dat de leerstoel 100 jaar bestaat. Ik hoop samen met veel lezers van dit stukje.



Vorige bijdrage
Voor uw agenda
Redactie
11 april 2019