Er waren eens drie monniken in een bootje

From Kelten
k92-2022-blasse-haven-emma-donoghue-skellig-michael-peregrinatio
92
Gepubliceerd: 10 oktober 2022
Er waren eens drie monniken in een bootje
Lian Blasse
Title (EN): Once upon a time three monks went on a boat
Abstract (EN):

Emma Donoghue explores the reality of peregrinatio in her latest novel, Haven. In this remarkably well-researched book, Donoghue imagines what life would have been like for the first monks that lived on Skellig Michael. Haven offers a fascinating glimpse of what life might have been like in this unforgiving environment for men for whom the Fear of God was as real as the wind and weather.

Donoghue, Emma, Haven (Londen 2022). Picador. 272 pp., ISBN 9781529091144, paperback, € 22,95.

Voor de kust van het Ierse graafschap Kerry liggen twee befaamde eilanden, Skellig Michael (Sceilig Mhichíl) en Little Skellig (Sceilig Bheag): twee onherbergzame rotsen in de Atlantische Oceaan waar vogels zich nestelen, omringd door scheepswrakken. Ik stond ooit zelf op de kust door de verrekijker naar deze eilanden te staren, maar we konden ze niet bezoeken, want de zee was te ruig. En toch werd het grootste eiland, Skellig Michael, vanaf de zevende eeuw bewoond door Ierse monniken, die zich in zogenaamde beehive huts van steen terugtrokken van de wereld. Zowel de ruigheid van de natuur als de mysterieuze geschiedenis prikkelen al tijden het voorstellingsvermogen van ieder die erover hoort. De Ierse band Clannad noemde het eiland in hun nummer Skellig a sanctuary of time”, Loreena McKennitt zong in haar Skellig over een monnik op zijn sterfbed, en ook mijn gedachten over deze bijzondere plek zijn altijd geweest: “Hoe moet het geweest zijn om alles achter te laten, daarheen te vertrekken, en er te overleven? Waarom zou je dat doen? Hoe hou je het vol?” Deze vragen probeert Emma Donoghue in haar nieuwste roman, Haven, te beantwoorden.

Haven

Emma Donoghue is een Canadees-Ierse auteur die doorbrak met haar roman Room (2010) (‘Kamer’ in de Nederlandse vertaling) over een jonge vrouw die met haar zoontje door een Dutroux-achtig figuur wordt vastgehouden in een kamer. Het boek werd verfilmd en kwam op de shortlist van de gerenommeerde Man Booker Prize. Ook historische fictie is niet nieuw voor haar, zo schreef ze onder andere The wonder (2017), een verhaal over een negentiende-eeuws Iers meisje dat stopt met eten maar miraculeus in leven blijft, en The pull of the stars (2020), een boek dat uitkwam in het begin van de corona-pandemie. Opmerkelijk, omdat het over de Spaanse griep in 1918 in een ziekenhuisvleugel in Dublin ging, en dus schokkende overeenkomsten met het moment van verschijnen vertoonde, ondanks dat ze het boek vóór de corona-pandemie schreef. Haven (2022) daarentegen, werd wel geschreven tijdens de pandemie, en ondanks dat dit niet direct in het boek terugkomt en het zich afspeelt in de zevende eeuw, sluit het toch merkwaardig goed aan op de tijdgeest.

In het klooster Clonmacnoise (Cluain Mhic Nóis) schrikt monnik Artt wakker van een visioen: God instrueert hem om samen met twee broeders, de bekeerde Cormac en de jeugdige Trian, in een boot de zee op te gaan. Daar zullen ze een eiland vinden dat voor hen geschapen is, en daar zullen ze een baken van het Christendom zijn aan de uiterst westelijke grenzen van het continent. Door niemand wordt er aan dit visioen getwijfeld, dus de drie stappen in een currach,[1] en varen via de rivier de Shannon richting de Atlantische Oceaan. Zodra zij op een zondag de Skellig-eilanden in het vizier krijgen, is er kort overleg of ze het roer wel mogen bewegen, het is immers zondag en er mag niet gewerkt worden. Deze eilanden zijn alleen overduidelijk niet eerder bewoond en vrij van alle menselijke zonde: Skellig Michael moet wel het eiland uit Artt’s droom zijn. Ondanks dat het zondag is, gaan ze aan land. Een barre overlevingsstrijd tegen de elementen, én tegen elkaar, begint.

Peregrinatio

Dit verhaal is een invulling van een bekend concept uit de vroege middeleeuwen in Ierland, namelijk de peregrinatio: een reis weg van huis, ofwel op zoek naar God, ofwel met een bepaalde heilige taak in gedachten. Vol van vertrouwen dat God voor hen zou zorgen, stapten monniken in bootjes, om de zondige wereld achter zich te laten en in stilte of in eenzaamheid dichter tot God te komen. Veel kerkvaders deden dit in de woestijn,[2] maar de Ierse monniken wendden zich bij gebrek daaraan tot onherbergzame plekken op eilanden. Zo weten we van bepaalde heiligen dat zij een peregrinatio ondernamen, zoals Sint Columbanus, die als missionaris naar het Europese vasteland trok en in zijn voetsporen klooster na klooster achterliet. Hier werd door zijn biograaf Jonas van Susa uitgebreid over geschreven. Verder waren de verhalen over Sint Brandaan zeer invloedrijk, ook hij stapte met een aantal broeders op een boot, om vervolgens op zee allerlei avonturen mee te maken.

Een realistischer (maar daarmee niet minder romantisch) voorbeeld van iemand die deze zelf-opgelegde isolatie aan gaat, vinden we in Messe ocus Pangur Bán (Pangur Bán en ik), wellicht het bekendste middeleeuws Ierse gedicht, waarin een kluizenaar de eenzaamheid deelt met zijn kat. Hij bestudeert manuscripten; de kat Pangur Bán vangt muizen.[3]

Er is in deze verhalen doorgaans een duidelijk verband met het ervaren van de natuurlijke wereld, aangezien veel van deze peregrines de bewoonde wereld achterlaten om zich in de natuur te vestigen. Ongetwijfeld had dit een bepaalde religieuze context.

Een middeleeuwse Ier schreef het volgende gedicht:

Dom-farcai fidbaide fál
fom-chain loíd luin, 
lúad nád cél;
h-úas mo lebrán, ind línech,
fom-chain trírech inna n-én.
Fomm-chain coí menn, medair mass,
Hi m-brot glass de dingnaib doss.
Debrath! Nom-Choimmdiu-coíma:
Caín-scríbaimm fo roída ross. (Carney 1967: 22)
 

Alleen zijn in de natuur kan een spirituele ervaring zijn, en dat is iets dat ik zelf ook goed ken. Als ik mij inleef, kom ik tot de volgende (vrije) vertaling:

Boven me torenen de bomen
als enige toehoorder voor de merel
Boven mijn schriftje zingen de vogels
Op de lijnen tsjirpt het concert
Een koekoek koekoekt vrolijk
op zijn podium van bladeren
in zijn grijze jas

Hosanna! Wat is God gul voor mij.

Hier ben ik.
Alleen.
Schrijvend.
Bos.
 

Door dit soort literatuur kunnen we proberen een beeld te krijgen van hoe een peregrinatio in zijn werk kon gaan, maar ook in materiële zin zien we sporen van peregrines, zoals de eenzame stenen verblijven op bijvoorbeeld Inishmore (Inis Mór) en, om weer terug te keren naar Haven, Skellig Michael.

Beklemming in plaats van avonturen

Met Haven stapt Emma Donoghue dus in een eeuwenoude literaire traditie van verhalen over peregrines, in een poging in hun huid te kruipen. Echter, ze benadert het verhaal met een verbluffend voornemen om zo waarheidsgetrouw mogelijk te zijn. Waar ik met mijn keltologische achtergrond altijd mijn hart vasthoud bij romans die zich afspelen in een Keltisch verleden, voelde ik me tijdens het lezen van dit boek snel ontspannen. Haar beschrijving van het leven in het klooster Cluain Mhic Nóis, haar consistente Oudierse spelling van (plaats)namen, alles verraadt dat dit boek berust op serieuze research, en dat alleen al verdient wat mij betreft een pluim. En waar de middeleeuwse Navigatio sancti Brendani (De reis van Sint Brandaan) en Vita Columbani (Het leven van Columbanus) lezen als fantastische avontuurromans, is Haven realistisch, sober, en zelfs cynisch. In die zin past de roman bij haar eerdere boeken die allen zeer beklemmend zijn, en een inkijkje geven in situaties die de lezer niet kent zonder hun geloofwaardigheid of de interesse van de lezer te verliezen.

Enkele dingen die ik van dit verhaal verwachtte toen ik begon met lezen: barre omstandigheden, jacht op vogels en eieren, hongersnood en dorst, en wellicht onderling conflict. Als lezer krijg je het allemaal. Waar ik mij op verkeken had, was echter het religieuze element. De overtuiging die de monniken voelen dat ze ondanks hun ongemak en honger op het juiste pad zijn, dat God hen zal redden, en dat ze bij het minste of geringste boetedoening verdienen, interesseert me in het begin van het boek, maar hoe meer ik lees, hoe beklemmender het wordt. Zodra de monniken op Skellig Michael landen, beginnen Trian en Cormac naar water te zoeken, maar nee, dat is de verkeerde volgorde van prioriteiten: er moet eerst een kruis uit steen gehouwen worden. Iets van beschutting voor de elementen bouwen? Welnee, Artt beveelt zijn kameraden eerst een kerkje te bouwen, waar zij zeer zeker niet in mogen overnachten. Als de jonge Trian na een dag hard werken een rog vangt en daarmee triomfantelijk aan komt zetten, wordt de vis onverbiddelijk op het vuur gegooid als brandmateriaal: roggen zijn zondige wezens, en dienen niet gegeten te worden. De regels worden extremer en extremer, terwijl de omstandigheden nijpender worden. Hoe meer honger, hoe meer twijfels over hun situatie. Artt weet wel hoe dat komt: de Duivel moet hen naar het eiland gevolgd zijn.

Toevluchtsoord

Nadat ik het boek uit heb en dichtsla, kijk ik naar de titel Haven, en die klinkt ineens wrang. De vraag, ‘hoe moet het geweest zijn om daar te overleven?’, wordt door Donoghue als volgt beantwoord: Het moet een keihard en bijna onmogelijk bestaan zijn geweest. En waar Skellig Michael in het culturele bewustzijn nogal geromantiseerd is, haalt dit boek de roze bril bruut weg. De beehive huts mogen dan wel bewijs zijn van hoe sterk het geloof van deze monniken is geweest, ze zijn ook het bewijs van dat dat geloof hen in sommige situaties tot waanzin dreef. Een metafoor voor hoe mensen omgaan met extreme omstandigheden, zoals… een pandemie?

Al met al, geen comfortabele leeservaring, maar zeker een meeslepende. Dit boek zet aan het denken, en brengt middeleeuws Ierland tot leven met zeer intrigerende en menselijke personages. Ik zou het iedereen van harte aanraden.

Boeken waar het me aan deed denken, en dus ook leestips, zijn Matrix van Lauren Groff (2021), over Marie de France die door Eleonora van Aquitanië weggestuurd wordt naar een Engelse abdij, en Where the world ends van Geraldine McCaughrean (2017), over een groep jongens dat op een rotsachtig eiland nabij St. Kilda in Schotland strandt. Over zijn werk als beheerder van Skellig Michael schreef Robert L. Harris onlangs zijn memoires, Returning Light (2021).

Bibliografie

  • Carney, James, Medieval Irish lyrics (Dublin 1967).
  • Stokes, Whitley en John Strachan, Thesaurus Palaeohibernicus, vol. 2 (Dublin 1903).

Eindnoten

Een soort kano-achtige boot, traditioneel gemaakt van ossenhuiden, die over een houten geraamte werden gespannen.
Bijvoorbeeld Pachomius, Paulus van Thebe, Antonius van Egypte.
Stokes en Strachan 1903: 293-4.

Vorige bijdrage
The afterlife of Breton saints and rewriting the lives of the saints outside of Brittany
James Drysdale Miller
7 november 2022
Volgende bijdrage
Migratie of elitenetwerken als verklaringsmodel voor veranderende grafgebruiken
Nico Roymans
9 december 2022