Identiteit, gender, glazen armbanden en kaneel: het Keltisch Colloquium 2019

From Kelten
k81-2019-blasse-keltisch-colloquium-2019-stichting-a.g.-van-hamel
81

Gepubliceerd: 4 november 2019
Identiteit, gender, glazen armbanden en kaneel: het Keltisch Colloquium 2019
Lian Blasse


Keltisch Colloquium 2019Stichting A.G. van Hamel
Title (EN): Identity, gender, glass bangles and cinnamon: the Celtic Colloquium 2019
Abstract (EN):

On the 11th of May, 2019, the A.G. van Hamel Foundation organised its annual Celtic Colloquium in Utrecht. Six papers on very different topics were presented: notions of 'self' and 'otherness' in medieval Irish Otherworld tales (Karin Olsen), shapeshifting selkies and mermaids (Martine Mussies), spice trade in the Roman era (David de Clerq), wandering Irish peregrini on the continent (Sven Meeder), late Iron Age glass bangles (Tatiana Ivleva) and the portrayal of the female body throughout history (Mineke Schipper). Different as these topics were and even though not all papers were directly connected to the Celts, each of these papers had something to do with the theme 'identity and otherness', which brought an interesting and unprecedented coherence to this year's Celtic Colloquium. 

Op 11 mei vond in de 3 Krone te Utrecht het jaarlijkse Keltisch Colloquium plaats, georganiseerd door de Stichting A. G. van Hamel. Dit jaar was er een zestal sprekers geregeld en het programma beloofde een grote diversiteit aan interessante onderwerpen. Het zaaltje was goed gevuld en na het bijkletsen met koffie en cake opende voorzitter Ashwin Gohil het colloquium.

Met ‘Defining the Self in the Early Irish Otherworld Tales’ trapte Karin Olsen de dag af. Aan de hand van verscheidene middeleeuws Ierse verhalen waarin de ‘Andere Wereld’ wordt bezocht schetste ze een beeld van wat voor gevolgen dit over het algemeen voor de hoofdpersonages heeft. Omdat de Ierse Andere Wereld niet boven de fysieke wereld verheven is maar hier parallel aan is, ontstaat er een interessante tegenstelling tussen de self (zelf) en de other (ander). Een interessant gevolg hiervan is dat door juist de Andere Wereld te schetsen er op de fysieke wereld gereflecteerd wordt. Door in contact te komen met de other verandert de self: personages verlaten soms de fysieke wereld voor de Andere Wereld om niet meer terug te keren (zoals in Echtra Laeghairi maic Chrimthainn) of komen wel terug maar zijn zo veranderd dat ze tussen de werelden blijven zweven (zoals in Immram Brain). Opmerkelijk is dat de rol van de other vaak wordt aangenomen door een vrouw, terwijl de hoofdpersoon altijd een man is. Ook op deze manier worden de other en de self tegenover elkaar gezet.

Vervolgens was het de beurt aan Martine Mussies, die ons met behulp van afbeeldingen, videofragmenten en muziek meevoerde in de wereld van selkies, zeemeerminnen en andere menselijke zeewezens. Traditioneel gezien wordt er een aantal elementen aan deze wezens verbonden: ijdelheid en verleiding, shapeshifting (gedaanteverandering), en een gevoel van verlangen en (niet) thuishoren. Na een algemene inleiding hierop nam haar lezing een wending waarin we getrakteerd werden op moderne interpretaties van selkies en zeemeerminnen, en met name hoe daarin deze traditionele elementen wel of juist niet tot uiting komen. Zo werd onder andere de film ‘Ondine’ besproken, waarin de Germaanse versie van een zeemeermin als metafoor gebruikt wordt voor een modern verhaal. De muziekwetenschappelijke achtergrond van Mussies kwam naar boven in haar korte bespreking van hoe de muziek van de film een onoplosbaar gevoel van verlangen uitdrukt.

Na een ochtend in bovennatuurlijke sferen verkeerd te hebben, bracht de lezing ‘De rol van specerijen in Rome’ van David de Clercq ons weer met beide benen op de grond. Hij opende zijn lezing met een moderne misvatting: wereldwijde handel is een modern fenomeen. Dit was vermoedelijk voor niemand in het publiek nieuw, maar er werd snel duidelijk dat de handel nog verder teruggaat en nog verder reikte dan in elk geval ik zelf besef van had. Zo vertelde De Clercq dat er bijvoorbeeld in 1721 voor Christus in Syrië al kruidnagel te vinden is, terwijl dit van de Molukken komt. Aan de hand van verschillende specerijen waar de Romeinen via handel beschikking over hadden, schetste hij een beeld van niet alleen de handelsroutes, maar ook het gebruik en de status ervan. Zo werden specerijen niet alleen in de keuken gebruikt, maar ook bij bijvoorbeeld begrafenisriten en in de geneeskunde. Er ging veel geld om in deze handel; aan het begin van de jaartelling was de export per jaar zo’n 50-100 miljoen sestertiën. Dit is dan ook de reden dat in India de grootste collectie Romeinse munten is gevonden. Al met al een interessante lezing, waarvan ik toch wel trek in een goede curry kreeg.

Met de volgende lezing kwamen we weer terug in middeleeuws Ierland, of eigenlijk middeleeuws Europa, waar Ierse monniken rondliepen. Sven Meeder vertelde ons met name over Ierse identiteit in zijn lezing ‘Peregrinatio en de verspreiding van de Ierse geleerdheid’. De Ierse monniken die naar het continent trokken om daar kloosters te stichten, gingen hier op verschillende manieren mee om. De meesten hielden vast aan hun Ierse identiteit, bijvoorbeeld Sedulius Scottus die in zijn naam zich letterlijk als Ier identificeert. Meeder liet echter vervolgens zien dat de opvattingen van veel van deze peregrini verbazingwekkend veel continentale invloeden bevatten. Hun identiteit is dus veel meer gemêleerd dan op het eerste gezicht wordt aangenomen. Deze lezing werd hiermee een interessante echo van Olsens verhaal over de self en de other aan het begin van de dag. Wederom zien we hier personages (hoewel het dit keer om mensen ging die echt bestaan hebben) die assimileren, hun identiteit behouden of tussen werelden blijven zweven.

Zoals elk jaar is er ook een archeoloog van de partij. Als iemand met een achtergrond in Keltische taalkunde zit ik toch elk jaar te popelen om juist een archeoloog te horen spreken, aangezien het vaak een presentatie met mooie reconstructies en afbeeldingen betreft, waardoor het verleden weer een beetje gaat leven. Tatiana Ivleva ging hierin zelfs nog een stap verder en leverde (wat mij betreft) de meest interessante lezing van de dag: ‘Forgotten artefacts of Late Iron Age and Roman period: glass bangles in the European Northwest’. Over het algemeen zullen de meeste mensen bij archeologische vondsten uit deze tijd en in dit gebied niet denken aan glazen armbanden, maar toch blijken deze op gigantische schaal geproduceerd te zijn. In Nederland alleen al zijn er meer dan 7.000 fragmenten gevonden, en toch kennen we ze bijna niet. Ivleva nam ons mee in de veranderingen in grootte en motieven in de La Tène periode (late ijzertijd, oftewel 450 v. Chr. – 1e eeuw n. Chr.), waardoor we de mode voor onze ogen zagen veranderen. Een videofragment toonde ons hoe soortgelijke armbanden vandaag de dag nog in Nigeria worden vervaardigd: gesmolten glas wordt om twee tangen rondgeslingerd en langzaam opgerekt. Ivleva had zelf ook een glazen armband om, dit om te onderzoeken hoe het voelt om zoiets te dragen tijdens allerlei dagelijkse bezigheden. Wat ze hierover vertelde maakte het onderwerp tastbaar, en in de erop volgende pauze werd dit letterlijk tastbaar, aangezien het publiek bij haar naar een aantal modellen kon komen kijken.

De dag werd afgesloten door een lezing van Mineke Schipper, ‘Heuvels van het paradijs: een geschiedenis van macht en onmacht’. Heel Keltisch werd het in deze lezing niet, maar het publiek bleef op het puntje van de stoel zitten terwijl Schipper een geschiedenis van hoe er naar het vrouwelijk lichaam gekeken wordt uit de doeken deed. Dit begint met beeldjes van vrouwenlichamen van 40.000-35.000 jaar oud, en eindigt met moderne advertenties waarin het vrouwelijk lichaam als lustobject in een consumptiecultuur wordt neergezet. De lezing bleef niet alleen bij afbeeldingen, maar er kwamen ook mythische verhalen, historische anekdotes en historische wetenschappelijke onderzoeken voorbij. Na een powerpointslide met afbeeldingen van middeleeuwse martelwerktuigen speciaal ontwikkeld voor het vrouwenlichaam vergat een verantwoordelijk bestuurslid uit ontzetting zelfs door te klikken naar de volgende slide. In de vragenronde brak er nog een discussie uit over Oudgriekse godinnen, die ik met minstens zoveel interesse heb gevolgd als de lezing zelf.

En daarmee kwam de dag weer tot een einde. De dag was net zo divers als ik van tevoren had verwacht toen ik het programma las, maar er waren onverwacht veel rode lijnen in alle presentaties te ontdekken. Olsen had ons aan het begin van de dag aan het denken gezet over identiteit en otherness, en dit was een thema dat vervolgens terugkwam in vele andere lezingen. Ook was gender duidelijk een thema. Ondanks alle disciplines die voorbijkwamen, en allerlei culturen en tijdsperiodes, was de dag dus erg samenhangend. Dit maakte het programma voor mij één van de meest interessante keren dat ik bij het Keltisch Colloquium ben geweest, dus complimenten voor het bestuur van de stichting daarvoor! Al met al was het een gezellige, maar vooral leerzame dag en ik kijk weer uit naar volgend jaar.

 



Vorige bijdrage
De etymologie van Oudiers bech ‘bij’ en de herkomst van Ierse honingbijen
Marieke Peters
21 oktober 2019
Volgende bijdrage
Nieuws en mededelingen Kelten 81
Lian Blasse
7 oktober 2019